Samen met m’n lieftallige broeder had ik een supermooi idee om ‘ns naar Eindhoven gaan. Volgens m’n moeder was er een Bijenkorf, die weet dat soort dingen, dus dan weet je dat ‘t wel goed zit. En het kwam ook nog ‘ns zo ideaal uit dat de Kruidvat weer zo’n mooie actie had, weetjewel, met van die treinkaartjes voor twaalf euro en maar liefst vijftig cent. Alle perfecte omstandigheden samen: Einhoven, here I come.
Door de Eindhovense straten slenterend liep ik er langs en werd gehypnoseerd. Normale kledingzaken zijn gewoon een vrij kleine ruimte, een paar kledingrekken hier en daar, verkopers en soms – als je geluk hebt – spelen ze ook nog een leuk muziekje. Maar de Sting was anders. In diepe trance raakte ik. Alsof ik net een enorme joint had gerookt en de wereld door een regenboog-gekleurde bril zag. Ik werd er naar toe getrokken. Dus ik zet m’n eerste stap in de Sting, en godsjezus: wat een gruwelijk vette winkel. Echt. Ik zou bijna naar huis hollen en m’n kussen halen om in een van de (mooie) pashokjes te gaan wonen.
In ‘t centrum van deze geniale winkel is er een soort van club-achtige licht parade, en terwijl soortgelijke muziek wordt afgespeeld wil je bijna een beetje gaan dansen. Dat verwacht je ook gewoon, dat in zo’n winkel iedereen kledingkopend aan ‘t dansen is. Of aan ’t jumpstylen. Verwacht je echt. Het feit dat je wordt omgelopen door van die mensen die met het ritme mee willen stampen, is bijna niet meer erg. En dat je bijna verdwaalt door de grootheid van de winkel en je bijna verlamt raakt door een val van die kleine irritante trapjes vervaagt ook. En echt hoor, die te smalle roltrappen die elke 2 seconden een schokje maken vallen opeens niet meer op als je je laat meevoeren door die muziek en die lichtparade.
Jammer dat ik die kleding van de Sting sinds de brugklas niet meer draag; (ik was toen flink fan van de felgoene sweaters met roze kikkers. mooi toch. )want die Sting in Eindhoven, is me toch een indrukwekkende winkel. Het moet op de lijst van werelderfgoed.
